KORFBAL 58 — Leer en Speel

Wat betekent dat gebaar van de scheidsrechter?

Na elk fluitsignaal laat de scheidsrechter eerst zien of het een strafworp, een vrije worp of een spelhervatting is, met de richting van het team dat de bal krijgt, en daarna met een gebaar welke overtreding hij zag. Een open hand omhoog richting de korf van de aanval is doorspelen. Een arm omhoog met een open hand is een vrije worp. Wijzen naar een stopwatch is passief spel of de schotklok. De onderarmen kruisen is schieten na snijden. Hieronder staan alle gebaren, met wat ze betekenen.

Alle gebaren op een rij

De gebaren komen uit de Engelse spelregels van de IKF, de wereldbond. De Nederlandse spelregels verwijzen ernaar. De scheidsrechter houdt elk gebaar even vast. Zet de cursor op een gebaar of tik erop, dan wordt het groot.

Gebaar 1: Speeltijd starten of stoppen
1. Speeltijd starten of stoppen
Gebaar 2: Vakwissel
2. Vakwissel
Gebaar 3: Time-out
3. Time-out
Gebaar 4: Vervanging
4. Vervanging
Gebaar 5: Blessure
5. Blessure
Gebaar 6: Schotklok terug: de bal raakte de korf
6. Schotklok terug: de bal raakte de korf
Gebaar 7: Lopen met de bal
7. Lopen met de bal
Gebaar 8: Alleen spelen
8. Alleen spelen
Gebaar 9: Verdedigd schot
9. Verdedigd schot
Gebaar 10: Snijden
10. Snijden
Gebaar 11: Overgeven
11. Overgeven
Gebaar 12: Voet
12. Voet
Gebaar 13: Paal
13. Paal
Gebaar 14: Passief spel
14. Passief spel
Gebaar 15: Scoren vanuit het verdedigingsvak of rechtstreeks uit een uitworp, uitbal, spelhervatting of vrije worp
15. Scoren vanuit het verdedigingsvak of rechtstreeks uit een uitworp, uitbal, spelhervatting of vrije worp
Gebaar 16: Buitensporig hinderen: contact met het lichaam
16. Buitensporig hinderen: contact met het lichaam
Gebaar 17: Buitensporig hinderen: de arm blokkeren
17. Buitensporig hinderen: de arm blokkeren
Gebaar 18: Buitensporig hinderen: de ruimte innemen
18. Buitensporig hinderen: de ruimte innemen
Gebaar 19: Buitensporig hinderen: de bal uit de handen
19. Buitensporig hinderen: de bal uit de handen
Gebaar 20: Afhouden
20. Afhouden
Gebaar 21: Duwen
21. Duwen
Gebaar 22: Gevaarlijk spel
22. Gevaarlijk spel
Gebaar 23: Buiten het eigen vak of uitbal
23. Buiten het eigen vak of uitbal
Gebaar 24: Schotklok: tijdslimiet overschreden
24. Schotklok: tijdslimiet overschreden
Gebaar 25: Doorspelen
25. Doorspelen
Gebaar 26: Spelhervatting
26. Spelhervatting
Gebaar 27: Vrije worp
27. Vrije worp
Gebaar 28: Strafworp
28. Strafworp
Gebaar 29: Strafworp na herhaalde overtredingen
29. Strafworp na herhaalde overtredingen
Gebaar 30: Vier seconden
30. Vier seconden
Gebaar 31: Afstand
31. Afstand
Gebaar 32: Gele kaart
32. Gele kaart
Gebaar 33: Rode kaart
33. Rode kaart

Het spel

BeslissingGebaar
Speeltijd starten of stoppeneen stopwatch indrukken
Vakwisselmet een gestrekte wijsvinger een cirkel draaien
Time-outmet twee open handen een T vormen
Vervangingmet de wijsvingers elk een andere kant op wijzen
Blessure: een geblesseerde speler behandelende open handen om de beurt naar het gezicht toe bewegen en ervan af
Schotklok terug: de bal raakte de korfeen arm omhoog steken met een gesloten vuist

De overtredingen

BeslissingGebaar
Lopen met de balde handen met de palmen omlaag voor het lichaam rond laten draaien
Alleen speleneen stuiterende bal nadoen
Verdedigd schoteen arm omhoog met de open hand en de palm naar de vloer
Snijden: schieten na snijdende onderarmen kruisen
Overgevenmet de armen nadoen dat je een bal overgeeft
Voet: de bal spelen met been of voethet been onder de knie aanraken
Paal: aanraken of vasthoudeneen arm strekken met een halfopen hand alsof je de paal vasthoudt
Passief spelnaar een stopwatch wijzen
Scoren vanuit het verdedigingsvak of rechtstreeks uit een uitworp, uitbal, spelhervatting of vrije worpmet de onderarmen horizontaal voor de borst knippen
Buitensporig hinderen: contact met het lichaameen open hand tegen de borst leggen
Buitensporig hinderen: de arm blokkereneen gestrekte arm bij de pols pakken en omlaag bewegen
Buitensporig hinderen: de ruimte van de tegenstander innemenmet beide armen nadoen dat je iemand omarmt
Buitensporig hinderen: de bal uit de handeneen arm strekken met open hand en er met de andere hand vanaf vegen
Afhoudende armen opzij omhoog tillen met de handpalmen naar achteren
Duwenmet open handen een duw nadoen
Gevaarlijk spelmet een vuist in de open hand slaan
Buiten het eigen vak of uitbalde open handen heen en weer bewegen langs een denkbeeldige lijn
Schotklok: tijdslimiet in het aanvalsvak overschredennaar een stopwatch wijzen

De sancties en straffen

BeslissingGebaar
Doorspeleneen open hand omhoog steken richting de korf van het aanvallende team
Spelhervattingmet de vlakke hand rechtop naar de korf wijzen van het team dat de overtreding maakte
Vrije worpeen arm omhoog steken met een open hand
Strafworpmet de wijsvinger de plek van de overtreding aanwijzen en dan de korf
Strafworp na herhaalde overtredingeneen arm omhoog steken met twee gestrekte vingers
4 seconden bij de vrije worpeen arm omhoog steken met vier gestrekte vingers
Afstand bij de vrije worp en de strafworpde armen horizontaal naar elkaar toe bewegen met de handpalmen naar elkaar
Gele kaart bij wangedragmet de ene hand de kaart tonen en met de andere de speler aanwijzen
Rode kaart bij wangedragmet de ene hand de kaart tonen en met de andere de speler aanwijzen

De volgorde ligt vast

Normaal gesproken fluit de scheidsrechter eerst, geeft dan de sanctie met de richting aan en laat daarna de overtreding zien. Bij doorspelen fluit hij niet: hij steekt alleen de open hand omhoog en het spel gaat door. Passief spel en de schotklok hebben hetzelfde gebaar; de situatie maakt duidelijk welke hij bedoelt.

Situaties in de zaal

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

De scheidsrechter steekt een open hand omhoog en fluit niet. Wat betekent dat?

Doorspelen. Hij zag een overtreding, maar het team dat niet in de fout ging heeft de bal, dus het spel gaat door.

Hij wijst naar een stopwatch. Is dat passief spel of de schotklok?

Het gebaar is hetzelfde. De situatie maakt het duidelijk: een team dat alleen de bal houdt speelt passief, een aanval die in 25 seconden niet schiet overschrijdt de schotklok.

Hij kruist de onderarmen. Wat zag hij?

Schieten na snijden: een aanvaller liep zo dicht langs een teamgenoot dat zijn verdediger vastliep en schoot daarna. Het doelpunt telt niet.

Veelgestelde vragen over de gebaren

Waar komen de gebaren vandaan?

Uit de Engelse spelregels van de IKF, de wereldbond. De Nederlandse spelregels verwijzen ernaar.

In welke volgorde geeft de scheidsrechter een beslissing aan?

Eerst fluiten, dan de sanctie met de richting van het team dat de bal krijgt, en daarna het gebaar van de overtreding. Elk gebaar houdt hij even vast.

Hoeveel gebaren zijn er?

Op deze pagina staan er drieëndertig, in drie groepen: bij het spel, bij de overtredingen en bij de sancties en straffen.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Ken elk gebaar, en weet meteen welke sanctie en welke richting erbij horen. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid langs het veld of in de zaal, en voorkom je onnodige discussie.

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.