Wat betekent dat gebaar van de scheidsrechter?
Na elk fluitsignaal laat de scheidsrechter eerst zien of het een strafworp, een vrije worp of een spelhervatting is, met de richting van het team dat de bal krijgt, en daarna met een gebaar welke overtreding hij zag. Een open hand omhoog richting de korf van de aanval is doorspelen. Een arm omhoog met een open hand is een vrije worp. Wijzen naar een stopwatch is passief spel of de schotklok. De onderarmen kruisen is schieten na snijden. Hieronder staan alle gebaren, met wat ze betekenen.
Alle gebaren op een rij
De gebaren komen uit de Engelse spelregels van de IKF, de wereldbond. De Nederlandse spelregels verwijzen ernaar. De scheidsrechter houdt elk gebaar even vast. Zet de cursor op een gebaar of tik erop, dan wordt het groot.

































Het spel
| Beslissing | Gebaar |
|---|---|
| Speeltijd starten of stoppen | een stopwatch indrukken |
| Vakwissel | met een gestrekte wijsvinger een cirkel draaien |
| Time-out | met twee open handen een T vormen |
| Vervanging | met de wijsvingers elk een andere kant op wijzen |
| Blessure: een geblesseerde speler behandelen | de open handen om de beurt naar het gezicht toe bewegen en ervan af |
| Schotklok terug: de bal raakte de korf | een arm omhoog steken met een gesloten vuist |
De overtredingen
| Beslissing | Gebaar |
|---|---|
| Lopen met de bal | de handen met de palmen omlaag voor het lichaam rond laten draaien |
| Alleen spelen | een stuiterende bal nadoen |
| Verdedigd schot | een arm omhoog met de open hand en de palm naar de vloer |
| Snijden: schieten na snijden | de onderarmen kruisen |
| Overgeven | met de armen nadoen dat je een bal overgeeft |
| Voet: de bal spelen met been of voet | het been onder de knie aanraken |
| Paal: aanraken of vasthouden | een arm strekken met een halfopen hand alsof je de paal vasthoudt |
| Passief spel | naar een stopwatch wijzen |
| Scoren vanuit het verdedigingsvak of rechtstreeks uit een uitworp, uitbal, spelhervatting of vrije worp | met de onderarmen horizontaal voor de borst knippen |
| Buitensporig hinderen: contact met het lichaam | een open hand tegen de borst leggen |
| Buitensporig hinderen: de arm blokkeren | een gestrekte arm bij de pols pakken en omlaag bewegen |
| Buitensporig hinderen: de ruimte van de tegenstander innemen | met beide armen nadoen dat je iemand omarmt |
| Buitensporig hinderen: de bal uit de handen | een arm strekken met open hand en er met de andere hand vanaf vegen |
| Afhouden | de armen opzij omhoog tillen met de handpalmen naar achteren |
| Duwen | met open handen een duw nadoen |
| Gevaarlijk spel | met een vuist in de open hand slaan |
| Buiten het eigen vak of uitbal | de open handen heen en weer bewegen langs een denkbeeldige lijn |
| Schotklok: tijdslimiet in het aanvalsvak overschreden | naar een stopwatch wijzen |
De sancties en straffen
| Beslissing | Gebaar |
|---|---|
| Doorspelen | een open hand omhoog steken richting de korf van het aanvallende team |
| Spelhervatting | met de vlakke hand rechtop naar de korf wijzen van het team dat de overtreding maakte |
| Vrije worp | een arm omhoog steken met een open hand |
| Strafworp | met de wijsvinger de plek van de overtreding aanwijzen en dan de korf |
| Strafworp na herhaalde overtredingen | een arm omhoog steken met twee gestrekte vingers |
| 4 seconden bij de vrije worp | een arm omhoog steken met vier gestrekte vingers |
| Afstand bij de vrije worp en de strafworp | de armen horizontaal naar elkaar toe bewegen met de handpalmen naar elkaar |
| Gele kaart bij wangedrag | met de ene hand de kaart tonen en met de andere de speler aanwijzen |
| Rode kaart bij wangedrag | met de ene hand de kaart tonen en met de andere de speler aanwijzen |
De volgorde ligt vast
Normaal gesproken fluit de scheidsrechter eerst, geeft dan de sanctie met de richting aan en laat daarna de overtreding zien. Bij doorspelen fluit hij niet: hij steekt alleen de open hand omhoog en het spel gaat door. Passief spel en de schotklok hebben hetzelfde gebaar; de situatie maakt duidelijk welke hij bedoelt.
Situaties in de zaal
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
De scheidsrechter steekt een open hand omhoog en fluit niet. Wat betekent dat?
Doorspelen. Hij zag een overtreding, maar het team dat niet in de fout ging heeft de bal, dus het spel gaat door.
Hij wijst naar een stopwatch. Is dat passief spel of de schotklok?
Het gebaar is hetzelfde. De situatie maakt het duidelijk: een team dat alleen de bal houdt speelt passief, een aanval die in 25 seconden niet schiet overschrijdt de schotklok.
Hij kruist de onderarmen. Wat zag hij?
Schieten na snijden: een aanvaller liep zo dicht langs een teamgenoot dat zijn verdediger vastliep en schoot daarna. Het doelpunt telt niet.
Veelgestelde vragen over de gebaren
Waar komen de gebaren vandaan?
Uit de Engelse spelregels van de IKF, de wereldbond. De Nederlandse spelregels verwijzen ernaar.
In welke volgorde geeft de scheidsrechter een beslissing aan?
Eerst fluiten, dan de sanctie met de richting van het team dat de bal krijgt, en daarna het gebaar van de overtreding. Elk gebaar houdt hij even vast.
Hoeveel gebaren zijn er?
Op deze pagina staan er drieëndertig, in drie groepen: bij het spel, bij de overtredingen en bij de sancties en straffen.