Deze les was er één van zeventien. In de cursus komen alle regels aan bod, met de oefenvragen, de memokaarten, onbeperkt proefexamens en als pluspunt techniek, tactiek, de gebaren en het omgaan met spelers en coaches. De cursus is nog niet te bestellen; zodra dat kan, lees je het hier.
Schieten: verdedigd of vrij
Dit is les 7 van de 17, precies zoals hij in de cursus staat: de regel waar langs elk veld het meest over wordt geroepen. Lees hem door, maak de zeven oefenvragen en neem de memokaart mee naar de zaal. Een demo van de cursus, zonder account.
Dit beheers je na deze les
- Je beoordeelt met de vier voorwaarden of een schot verdedigd is.
- Je herkent de uitzonderingen waarin een schot toch verdedigd is.
- Je herkent schieten na snijden en weet van waar je niet mag scoren.
Waarom de regel er is
In korfbal mag je niet schieten wanneer je maar wilt. Staat je verdediger goed tussen jou en de paal, dan schiet je uit een verdedigde positie. Dat is een overtreding en het doelpunt telt dan niet. Daar is een reden voor. Volgens de spelregels moet een doelpunt de beloning zijn van snel samenspel waarmee je een vrije schotkans maakt. Een handige beweging met je handen en armen om je verdediger heen hoort die beloning niet te krijgen.
Een korfbalveld heeft twee vakken met elk een korf. In je aanvalsvak probeer je te scoren en in je verdedigingsvak verdedig je. In elk vak staan de aanvallers van het ene team tegenover de verdedigers van het andere team. Elke aanvaller heeft zijn eigen verdediger. De aanvaller zoekt daarom een positie waarin zijn verdediger niet goed staat. De verdediger probeert zijn goede positie juist vast te houden.
Drie woorden uit de spelregels
Een schotkans is een kans om vanuit een vrije positie te schieten. Een scoringskans is een schotkans waarbij je ook echt kunt scoren. Beschermd balbezit heb je als je de bal redelijk onder controle hebt. Je hebt hem dan in één of twee handen, of hij rust op je handpalmen of vingers. Een tegenstander mag een schot hinderen. De bal uit je handen tikken of afpakken mag hij niet. In les 8 lees je meer over hinderen.
Een schot is verdedigd als de verdediger aan alle vier deze voorwaarden tegelijk voldoet terwijl de aanvaller schiet:
- hij probeert actief de bal te blokkeren
- hij staat binnen een armlengte van de aanvaller
- hij staat dichter bij de paal dan de aanvaller
- hij heeft zijn gezicht naar de aanvaller gericht
Ontbreekt er een, dan is het schot vrij. Dat geldt niet in de uitzonderingen van het volgende onderdeel. Voldoet de verdediger aan alle vier, dan is het een verdedigd schot.
Blokkeren
Blokkeren is met opzet en op een toegestane manier je armen of handen gebruiken. Zo probeer je te voorkomen dat de bal wordt geschoten of gegooid. Een verdediger die alleen zijn arm omhoog houdt, blokkeert niet.
De armlengte
De armlengte is de lengte van de arm van de verdediger in elke houding. De arm kan gestrekt of gebogen zijn, en de verdediger kan op de grond staan of opgesprongen zijn. De scheidsrechter meet vanaf de verdediger tot de borst van de aanvaller. Buigt een van beiden of springt een van beiden op? Dan stelt de scheidsrechter zich voor hoe ver ze van elkaar zouden staan als ze allebei rechtop stonden.
Dichter bij de paal
Hier telt de romp. Is het grootste deel van het bovenlichaam van de verdediger dichter bij de paal dan dat van de aanvaller, dan is aan deze voorwaarde voldaan. Een hand of arm dichter bij de paal is niet genoeg.

Op de tekening zie je de vier voorwaarden bij elkaar. De verdediger blokkeert met zijn arm en staat binnen een armlengte van de borst van de aanvaller. Hij heeft zijn romp dichter bij de paal en kijkt de aanvaller aan. Pas als alle vier kloppen is het schot verdedigd, behalve in de uitzonderingen hieronder.
Soms kan een verdediger een voorwaarde niet halen omdat de situatie dat onmogelijk maakt. Voldoet hij aan de andere drie voorwaarden wel, dan is het schot toch verdedigd. De spelregels noemen precies welke situaties dat zijn.
Blokkeren hoeft niet
Dat geldt in drie situaties. In de eerste is de aanvaller veel langer dan de verdediger, zodat die de bal niet echt kan blokkeren. In de tweede springt de aanvaller op en schiet of tikt hij de bal over de hinderende armen van de verdediger naar de korf. In de derde kreeg de aanvaller de bal met zijn rug naar de korf en staat de verdediger achter hem.
Binnen armlengte hoeft niet
Een aanvaller in een verdedigde positie springt achteruit zonder te lopen met de bal en schiet. Volgt de verdediger hem en probeert hij het schot echt te blokkeren? Dan blijft het schot verdedigd, ook als de aanvaller op dat moment buiten armlengte is. Wegspringen van je verdediger levert je dus geen vrij schot op.
Dichter bij de paal hoeft niet
Soms staat de aanvaller zo dicht bij de paal dat de verdediger er niet dichter bij kan staan. Staan ze dan aan weerszijden van de paal, dan is het schot verdedigd zonder dat de verdediger dichter bij de paal is.
Voor de vierde voorwaarde over het gezicht naar de aanvaller bestaat geen uitzondering.
Tegenover de uitzonderingen staan vier situaties waarin een schot nooit verdedigd is. De eerste is dat de verdediger het schot niet echt probeert te blokkeren. Zijn arm omhoog steken is niet genoeg. De tweede is dat de romp van de verdediger verder van de paal is dan die van de aanvaller. Dat geldt ook als zijn hand of arm dichter bij de paal is.
De derde is dat de verdediger niet weet dat de aanvaller de bal heeft. Denk aan een heel snel schot of een aanvaller die de bal tikt. De vierde is dat de verdediger de bal bij het schot raakt omdat hij lang is of opspringt. Op het moment van het schot stond hij niet binnen armlengte.
Let vooral op die laatste. Een verdediger die de bal aanraakt, heeft het schot daarmee nog niet verdedigd. Het gaat om de plek waar hij stond op het moment van het schot.
Snijden is een aanvalsbeweging. De verdediger van een aanvaller staat binnen armlengte in een verdedigende of hinderende positie. De aanvaller loopt dan zo dicht langs een teamgenoot dat zijn verdediger tegen die teamgenoot aan botst of dreigt te botsen. Daardoor moet de verdediger zijn positie opgeven en kan hij zijn aanvaller niet volgen.
Snijden zelf is geen overtreding. Schieten na snijden is dat wel. Soms speelt de snijdende aanvaller eerst de bal naar een teamgenoot om zijn positie te verbeteren. Schiet hij daarna uit de pass die hij terugkrijgt, dan is dat ook schieten na snijden.
In twee situaties is het geen schieten na snijden en is het schot toegestaan. In de eerste stond de verdediger niet binnen armlengte toen zijn aanvaller dicht langs de teamgenoot liep. In de tweede moest de verdediger zijn positie opgeven, maar probeert hij daarna niet meteen die positie te herstellen.

Op de tekening loopt de aanvaller zo dicht langs zijn teamgenoot dat zijn verdediger er niet langs kan. Die verdediger stond binnen armlengte en probeert terug te komen. Daarom mag de aanvaller die daarna vrij staat niet schieten. Passen mag hij wel, zolang hij niet zelf schiet uit de bal die terugkomt.
Niet rechtstreeks
Ook buiten het verdedigde schot zijn er doelpunten die niet tellen. Je mag niet scoren vanuit het verdedigingsvak van je team. Je mag ook niet rechtstreeks scoren uit een uitworp, een uitbal, een spelhervatting of een vrije worp. Er is een uitzondering. Volgt de spelhervatting op een onderbreking zonder overtreding, dan mag je daar wel rechtstreeks uit scoren. Denk aan een onderbreking voor een blessure, een bloedende speler of oneerlijk voordeel.
De beslissing
| Wat je ziet | Beslissing |
|---|---|
| een aanvaller schiet en zijn verdediger voldoet aan alle vier de voorwaarden | verdedigd schot: geen doelpunt, spelhervatting voor de verdediging |
| de verdediger moest door snijden zijn positie opgeven en de aanvaller schiet | schieten na snijden: geen doelpunt, spelhervatting voor de verdediging |
| een van de vier voorwaarden ontbreekt en er is geen uitzondering | vrij schot: gaat de bal erin, dan telt het doelpunt |
Heeft de verdediging de bal na het schot al, dan laat de scheidsrechter doorspelen in plaats van te fluiten. De verdediging neemt de spelhervatting op de plek van de overtreding, dus waar de aanvaller schoot. Een aanvaller in zijn aanvalsvak krijgt nooit een vrije worp tegen, ook niet bij een overduidelijk verdedigd schot. Hoe een spelhervatting gaat, lees je in les 11. In les 14 lees je hoe je de verdedigende houding traint en in les 15 hoe je als team de verdedigde positie zoekt.
- Sta als verdediger binnen armlengte en houd je romp tussen je aanvaller en de paal. Kijk hem aan en blokkeer echt. Elke voorwaarde die je laat liggen, kan hem een vrij schot geven.
- Kijk als beginnend scheidsrechter bij elk schot eerst naar de romp van de verdediger en pas daarna naar zijn arm. Een arm die naar de paal reikt, zegt niets.
- Tel langs de kant in je hoofd de vier voorwaarden na als iemand "verdedigd" roept. Ontbreekt er een en is er geen uitzondering, dan was het schot vrij.
Wie de vier voorwaarden kan afvinken, ziet een wedstrijd met andere ogen. Je begrijpt dan waarom de scheidsrechter fluit of juist niet.
De vijf dingen die je uit deze les moet onthouden:
- Verdedigd is het schot als de verdediger alle vier voorwaarden tegelijk haalt.
- De armlengte meet je van de verdediger tot de borst van de aanvaller.
- Bij dichter bij de paal gaat het om de romp, niet om de hand of de arm.
- Snijden mag, maar schieten na snijden niet, ook niet uit een terugpass.
- Na een verdedigd schot telt het doelpunt niet en krijgt de verdediging de bal.

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.
Zeven vragen, direct antwoord
0 van 7 beantwoord
De complete cursus komt eraan
De regels in de cursus komen uit de Spelregels Korfbal 2026 van het KNKV, met de afwijkingen voor het veld en het dameskorfbal en het competitiehandboek 2026-2027. Het KNKV neemt het spelregelbewijs af; KORFBAL 58 bereidt je voor en vervangt de toets niet. De cursus is gemaakt door Bert van Doorn, opleider van beroep, die met LOKAAL 58 duizenden opsporingsambtenaren opleidde via een online leeromgeving zoals deze.